Een tsunami uit de lucht

“Een tsunami uit de lucht”, zo zou ik het watergeweld van 15 oktober later beschrijven. Het is onvoorstelbaar hoeveel water met bakken uit de lucht is komen vallen op 1 nacht. Voor iedereen hier een complete verrassing. Het was “code orange”, wat zoveel wil zeggen als “let een beetje op”. Wat dus niet wil zeggen: “uw benedenverdieping zou wel eens tot 1 meter 80 kunnen onderlopen dus slaap vannacht al zeker boven.”

 

Sommigen zijn zo aan hun einde gekomen. Verschrikkelijk. Het kan echt gebeuren. Je kan het je niet voorstellen zo aan je einde te komen. Je gaat lekker gaan slapen en je denkt “ik zal mijn luiken sluiten tegen het opspattende water want het is code orange” en de volgende morgen ben je er niet meer. Dat is wat gebeurde voor toch zeker 6 mensen in Trèbes. In totaal zijn er 13 doden en 1 vermiste. En natuurlijk heel veel schade. Sommigen hun huis is gewoon omvergestroomd of kapotgestroomd. Een pakkende reportage kan je hier bekijken.

 

Wij zijn gelukkig ongedeerd. Ons huis is licht overstroomd langs de kant van de living waar een groot raam op uitgeeft. Daarlangs heeft het water petit à petit zijn weg binnengesijpeld. Mijn hubbie stond al om 4u30 op. Hij had een verkeerd voorgevoel en trof deze plas in de living aan. Stante pede begon hij het dweilen. Wel even verschieten om zo gewekt te worden! Rond 9 uur hoorden we van langs alle kanten helikopters overvliegen. De reddingswerken waren van start gegaan.

 

Het meest frappante aan de hele zaak vind ik toch dat dit niet beter voorspeld was. De rivier de Aude was tot 7,6 meter gestegen. Raar dat men op voorhand niets kon merken. Ik ben geen weerkundige natuurlijk. Weermensen zijn ook maar mensen, maar toch raar dat nergens aan de alarmbel werd getrokken. Wat me ook verbaasde is dat toen het waterpeil al op zijn hoogste stond, ergens rond 4 uur ’s nachts, het moelijk bleek voor alle gemeenten om alarm te slaan. Ok je slaapt natuurlijk en dan moet je plots in het holst van de nacht anderen proberen te wekken. Geen gemakkelijke job. Een hele discussie achteraf over smsjes sturen. Waarom is er geen goed oud sirenealarm dat men kan doen afgaan. Smsjes doen niet veel als je gsm uitligt, wat bij mij het geval is ’s nachts. Één man heeft bijvoorbeeld een half dorp gered door zijn jachtgeweer midden de nacht  leeg te schieten. Je moet er maar aan denken.

Ondertussen likt iedereen zijn wonden en gaan velen alweer door met het gewone leven.

20180909_162415

Maar het is me toch wel wat hier dit eerste jaar. Eerst een terroristische aanslag en daarna een tsunami uit de lucht. Wat zal het volgende zijn?

Advertenties

Na de furlongs, de veldwespen, de processierupsen, nu de meelmotten

Na de furlongs, de veldwespen, de processierupsen, nu de meelmotten! Manlief heeft ze het eerst in de mot. “Schat, er zitten precies wat motten in de voorraadkast”. Ik haal de schouders op en zeg: “Dat is raar, motten bij eten, die zijn mis. Dat zal wel weer overgaan”. Helemaal opgaand in andere zaken, vergeten we die motten even. We kopen wel mottenvallen tegen kledingmotten en zagen toen in de winkel dat er speciale vallen zijn voor motten die in het eten kruipen. “Tiens, zitten die dan toch niet verkeerd?” We beslissen ze te kopen en uit te hangen in de voorraadkast. De volgende dag hingen aan die vallen toch heel wat motten. Nog steeds nietsvermoedend denk ik dan maar eens de kast uit te kuisen om een zicht te krijgen op die motten.

20181002_155339

Ik zie niets raars en alles ziet er proper uit. Doodgemoederd kijk ik wat verder. En dan als ik een pot notenmengeling opendraai, krijg ik de schrik van mijn leven! Mijn haar staat recht als ik het bewegende larven-mottenmengsel aanschouw die ik in de miniatuurwereld in de pot aantref. Ik kan me nog net genoeg beheersen om het deksel er terug op te draaien. Als een halvegare loop ik met de daver op mijn lijf met de pot naar buiten en smijt het in de kant van het gras. Ik moet even bekomen want tegen dergelijke zaken ben ik niet opgewassen en ik moet kokhalzen. Ik durf niet meer in de kast te kijken voor wat nog kan volgen.

Ik blijf nog even buiten om te bekomen, op tien minuten zal het nu ook niet meer komen. We hebben hier duidelijk onderdak- en eten! – geboden aan een mottenplaag zonder dat we het beseften. Ik had nog nooit van motten gehoord die in voorraadkasten vertoeven.

Ik vraag meteen meer uitleg aan mijnheer Google en daar is de naam van het beestje: de meelmot? Wat is dat in godsnaam en waarom heb ik daar nog nooit van gehoord?

Contaminatie kan gebeuren door reeds getroffen producten in huis te nemen.

Dan herinner ik mij die zak noten die ik een paar weken geleden in de Lidl had gekocht en precies wat gescheurd was. Ik had hem in de kast gezet, dan na een paar dagen gezien dat die gescheurd was en dan weggegooid. Zou die de rest besmet hebben? Ik denk het wel…Volgens de site moet je alle pasta, rijst, noten, … als je die gekocht hebt eerst twee dagen in de vriezer steken en daarna herverpakken in een pot met schroefdeksel. Heel wat werk voor een onnozel beestje. De enige remedie na ontdekking van een plaag blijkt  kuisen kuisen kuisen en daarna nog eens kuisen…

Ik probeer te kalmeren en al mijn moed bij elkaar te schrapen om de kast nog eens open te trekken.  Eerst sleep ik er manlief bij om te melden welke horror ik in onze kast heb aangetroffen. Ik wil wat mentale steun. Hij is zeer empathisch en kokhalst solidair mee. Er zit inderdaad niets anders op dan de confrontatie aan te gaan. Ik ontdek nog verdere beesterij. Allerlei zaken belanden in de vuilbak en vliegen meteen mee in de auto naar de gemeentevuilbak, daar kunnen ze gezellig samen een laatste feestje bouwen vooraleer ze naar het containerpark worden afgevoerd.

Ik puf nog even na, maar ben blij dat ik het allemaal heb weggekregen. Ik had ooit al eens een ongeplande ontmoeting met een vuilbak met larven erin in een lang verleden tijd. De kottijd. We hadden toen als student nog het minste benul van vuilbakbeheer en tijdens het lange zomerreces dacht geen haar op ons hoofd eraan om die vuilbakken buiten te zetten tot er larven uitkropen, met paniek van mijn medebewoonster tot gevolg. Ik was toen nog redelijk kalm als scouteske vrouw bestreed ik ongedierte zonder schrik. Dus samen met mijn kotvriendin, maar vooral ik, gingen we die wormpjes te lijf. En nu kom ik ze hier terug tegen. Brrrr…

Twee weken gaan voorbij en ik concludeer er vanaf te zijn. Tot ik op een middag sta te kokerellen en wat kastanjemeel waag toe te voegen. Ik zie in het zakje iets bewegen. Nee dat meen je niet, daar zit nog een mot in! En die zak kwam niet uit de voorraadkast maar de buanderie (opbergkot).  En die zak is nog helemaal dicht. Hoe geraken die daar in? De moed zakt me in de schoenen. Als ze al tot hier geraakt zijn en doorheen een plastiek verpakking, waar zitten ze dan nog allemaal? De gealarmeerde echtgenoot haalt de oorlogsvuilzakken terug boven. We stallen alle voeding die we nog hebben uit en vinden in verschillende meelzakjes (de meelmot maakt zijn naam waar), rijst, gerst,… nog een mot of larven of hier en daar spinrag. Dat laatste is blijkbaar ook een teken van eitjes. We worden half onwel en moeten af en toe even pauzeren om te bekomen. Wat een vieze beesten!

De voorraadkast en de buanderie worden aan een grondige inspectie en kuisbeurt onderworpen. Na het sporenonderzoek in de kast komt aan het licht dat er zelfs eitjes werden gelegd in de montagegaatjes tijdens een vorige mottenplaag. Het zijn oude vulsels dus de vorige eigenaar had het er blijkbaar ook al mee aan de stok. Heeft hij nochtans niets van gemeld bij verkoop…Met een oorstokje gedrenkt in azijn maak ik alle gaatjes schoon. Gezien ik nog net geen slangemens ben en niet helemaal in de voorraadkast past, gaat dit gepaard met de nodige nek- en armkrampen. De niet aangetaste voedingswaren bergen we op in dozen met deksels en zetten we voorlopig in de badkamer.

In de Bricomarché ga ik op zoek naar uitroeiingsmiddelen. Een vriendelijke verkoper vraagt met lachend gezicht of hij mij kan helpen. Ik sta net met een meelmotaantrekker in mijn handen en wijs naar het beestje. Zijn blik slaat opeens walging en verschrikking tegelijk uit en plooit zich in een grimas. “Oh nee!” roept hij uit, “toch geen meelmot!” Ik knik en apprecieer zijn medeleven.  “Ik heb die ook gehad, daar kan je niet veel tegen doen. Het heeft twee jaar geduurd voor ze wegwaren en dan nog…”hij zweeg eventjes alsof hij terugdacht aan een zeer moeilijke periode in zijn leven”….kunnen ze heel rap terugkomen. Eenmaal je ze gehad hebt….” Het moet een zeer moeilijke periode geweest zijn.

Hij is duidelijk erg aangedaan geweest door de meelmot na een belegering van bijna twee jaar en heeft het nipt overleefd. Ik huiver. Ik ben gewaarschuwd en wapen me met het weinige wat hij me in de handen heeft geduwd. Het enige wat echt helpt is kuisen kuisen kuisen. Heb ik daar nu net een hekel aan. Jammer ik dacht vooral te spuiten spuiten spuiten…Dat zal ook wel helpen zegt hij, maar toch vooral kuisen kuisen kuisen en alles weggooien waarvan je nog maar een beetje twijfelt dat het besmet is. Hij condoleert me bijna en zet dan koers naar een andere afdeling.

Na de grote opkuis zetten we koers richting België voor een bezoek aan onze Vlaamse meelmotloze roots. Zo waren we er toch even vanaf. Berte, een Vlaamse vriendin ter plaatse, zorgde voor het af en toe besproeien van de voorraadkast zodat geen enkel aards leven er nog kon gedijen. Nu twee weken later, heb ik er twee gespot, maar in overleden toestand. Gelukkig.

Ik hoop met deze post velen onder jullie te waarschuwen want meelmotten zijn redelijk ongekend. Toch zeker als je van het meelmotloze België komt. Controleer pas aangekochte zakken, zeker die met noten of meel. Als ze ook maar een beetje beschadigd of aangetast zijn, wegsmijten die handel. Het zal je een lange lijdensweg en een tijdlang onappetijtelijk eten besparen.

Het hoogseizoen is voorbij

Het hoogseizoen is voorbij. Het bezoek werd geleidelijk aan opgebouwd vanaf februari en is nu stilaan uitgedoofd. Het was dus zeer goed gedoseerd en alles is steeds zeer goed verlopen. De gezelligheid, de vrienden terugzien, familie,… Niets dan goede ervaringen en het klopt dat het vooral quality time is die je samen doorbrengt. Je bent in vakantiesfeer en goedgezind. Samen plannen maken en de omgeving verkennen. Alsof je terug een tijdje samen op reis bent. Ik kan mij inbeelden dat ik met sommige vrienden of familieleden niet meteen op reis zou gaan moest ik nog in Belgie zijn. Niet dat we niet zouden willen, maar je maakt daar niet altijd tijd voor. Nu gebeurt het spontaan, het moet ook wel want we wonen nu eenmaal in Frankrijk!

Wat ik ook heel leuk vond is als het bezoek zelf een nieuw receptje uit de pan toverde dat ik nog niet kende. Ik kook graag, maar liefst van al probeer ik eens iets nieuws uit. Experimenteel koken noem ik het, want het begon als een experiment. Ondertussen is het een nieuwe levensstijl. Sinds iets langer dan een jaar probeer ik zoveel mogelijk kolhydraatarm te eten. Niet dat je dan geen koolhydraten meer eet, maar wel vooral geen koolhydraten afkomstig uit pasta, brood, rijst, aardappelen,…. De echte vullers bij een maaltijd eigenlijk. Je vervangt de pasta door courgettes, de rijst door ei,…Je hebt dus zeker nog koolhydraten, maar dan vooral uit andere zaken.

 

En mijn nieuwe eetpatroon gaf snel succes! Het heeft bij mij toch mijn overtollige kilo’s na de zwangerschap doen wegsmelten. Hoera! Op drie maand tijd zat ik op mijn gewicht voor de zwangerschap. Ik heb er nochtans heel lang mee rondgelopen. Dacht dat er niets meer aan te doen was. Ik had ook heel veel last van vermoeidheid en altijd wel ergens een ontsteking. Een wondje aan mijn teennagel of hand die begon te veretteren. Alsof mijn immuniteit op was…Tot een osteopaat in de KPNI (Klinisch Psychisch Neurologische Immunologie) mij erop attent maakte dat ik anders moest gaan eten. Ik ben hem eeuwig dankbaar.

 

Geen dokter of gewone huisarts die zoiets zou opperen. Ik kreeg een hele lijst mee met wat ik wel en niet mocht eten. Nog steeds mijn handleiding tot op vandaag. Het komt er vooral op neer om minder koolhydraten en suikers te eten en veel meer goede vetten. Echte vetten zoals boter, eieren, vette vis, avocado’s,…

 

Ooit heeft één of andere oelewapper beslist dat hartaanvallen veroorzaakt werden door vetten, maar nu blijkt dat het onderzoek van die oelewapper nogal beperkt blijkt. Toch werd dit door de gangbare medische wereld klakkeloos overgenomen en werden vetten bepleit als slecht. Toen kwam de lightrevolutie op gang en het vermijden van vetten werd helemaal in. Maar wat kwam er in de plaats? Nog meer lege calorieen, verborgen suikers, zaken zonder enige voedingswaarde. Mensen bekommeren zich zodanig om het aantal calorieen dat de voedingswaarde uit het oog wordt verloren en zo krijg je ook gezondheidsproblemen. Als je mijn lijstje van de osteopaat bekijkt sluit dit eigenlijk nauw aan bij het paleo(dieet). Eten zoals de oermensen aten. Eigenlijk is het niet helemaal onlogisch. Vetrijker eten en suikers vermijden ligt ook in de lijn van ketolifestyle, ook een trend die meer en meer opgang maakt.

 

Wat je in je mond stopt is toch zeer belangrijk. Voedsel kan je genezen en versterken. Het medisch establishment doet anders alsof het al gelijk is wat je in je mond steekt als het maar uit de voedseldriehoek komt. Deze driehoek staat nu toch ook al een tijdje onder discussie. Ze zetten hem tegenwoordig meer en meer op zijn kop. In plaats van granen en pasta in grote hoeveelheid te verorberen dien je het te behandelen als een zoetigheidje, een dessertje. Ik had dat reeds gelezen in de Zandloper. Zeer interessant boek, alsook Broodbuik, een aanrader is! Eenmaal je ontstekingsproblemen hebt en een lagere immuniteit lees je zowat alles over gezonde voeding, want om gewoon wat pillen te nemen zonder de echte oorzaak weg te nemen. Dat lijkt me zinloos.

 

Ik vroeg een huisarts eens na de zoveelste sinusitis: “Ik zit hier nu weeral met een vermoeid gevoel en verstopte sinussen en een onsteking. Kan het zijn dat ik een verlaagde immuniteit heb? Moet ik soms vitaminen beginnen nemen of zo?” Het antwoord was: “Zolang je normaal eet, heb je meer dan genoeg vitaminen binnen.” Haha, ik moest er eens zuur mee lachen want eigenlijk wil je toch wel echt advies krijgen. Die huisartsen, ze maken zich er toch gemakkelijk vanaf vind ik. Ooit zat ik met een prikkelbaredarmsyndroomdiagnose, volgens de huisarts.  Bij de osteopaat kwam uit dat ik een ontsteking had aan mijn twaalfvingerige darm. Ik nam één of ander homeopathisch middel dat hij me voorschreef en na drie maanden was het opgelost. Let op, in het begin was ik ook sceptisch, maar ik moet toegeven de resultaten zijn er.

 

Als je die huisartsen gelooft en neemt wat ze voorschrijven, zit je er jarenlang aan vast. Maagzuurremmers, nog zoiets. Of bloedverdunners, of insuline. Het zijn allemaal pragmatische middeltjes om te kunnen blijven eten wat je eet. Als je zou veranderen wat je eet, dan moet je al die pillen en vuillakkerij niet meer nemen.. Maar zullen huisartsen je dat aanraden? Natuurlijk niet! Dat is hun taak niet. Hun taak is om je brol aan te smeren die je jarenlang zult consumeren zonder ooit van de oorzaak van je probleem af te geraken. Wil je gezonder worden, ga dan niet naar een huisarts, ga naar een osteopaat. Ik geef toe je moet er dan nog goeie vinden, maar zij willen je wel echt beter maken. In China werden dokters vroeger enkel betaald als je gezond was. Dat zou pas een goede motivator zijn, ik denk dat het nu het omgekeerde is…want hoe vaker jij terugkomt omdat je je niet goed voelt. Hoe meer in hun pocket!

 

Misschien dat bij sommige huisartsen reeds de meer holistische benadering te vinden is en dat het niet enkel pillendraaiers zijn, maar bij velen is dit toch hun echte roeping. Wat wil je ook als je slechts tien minuten per patient krijgt, het moet vooruit gaan. Geef de patient snel een voorschriftje zodat ze content naar buiten kan wandelen anders zoekt die een andere dokter die het wel doet. En gooi er liefst nog wat antibiotica tegen aan!

 

Gelukkig dacht er eens iemand echt met mij mee. Iemand die mij echt wou genezen en niet gewoon een pilletje voorschreef om van mij af te zijn. Niet iemand die zegt: “ Het zit tussen je oren” of “heb je de laatste tijd veel last van stress?”.

 

Ik voelde me dus lange tijd maar een halve tot ik dus anders begon te eten. Sinds juli 2017, het begin van mijn veranderde etenspatroon ben ik niet meer ziek geweest. Hout vasthouden! Behalve het gewoonlijke keelpijntje natuurlijk. Daar heb ik ondertussen ook al een natuurlijkere behandeling op gevonden. Liters saliethee zuipen! En ja hoor de geirriteerde keel is na een dag of twee weg. Dankzij de antibacteriele werking van salie. Vroeger had ik ook algauw vier keer op een jaar last van opgestopte sinussen die begonnen waren als een keelpijntje en moest ik zeker een week aan een stuk sofrasolone in mijn neusgaten spuiten alvorens wat beterschap. Tot vier keer per jaar. En nu niets meer van dat. Of komt het door Frankrijk? Het zal wel een mengeling van de twee zijn.

Een verbeterde gezondheid, meer energie en een aantal kilo’s lichter geniet ik ook van een boost in zelfvertrouwen.

 

Je zou bijna denken dat dit een gezondheidsblog is in plaats van een blog over Frankrijk. In Frnakrijk wonen doet je vanzelf toch ook wel gezonder eten. We hebben snoeptomaatjes in de tuin geplant en vanaf juli/augustus vind je langs de weg overal heerlijke bessen. We hebben een kersenboom, vijgenboom, olijfbomen, 2 kruidentuintjes, cactusfruit, een moestuin,…. Ook krijgen we af en toe heerlijke groenten kado van vrienden. Olijfolie consumeer je hier als water. Binnenkort mogen we ons ook bevoorraden met eitjes bij goede vrienden die zich vier kippen hebben aangeschaft en die teveel eitjes leggen voor hen alleen. Het doet je vanzelf omslaan naar gezonder voedsel. Om nog te zwijgen van de heerlijke druiven in de wijngaard. Zoals een leuk Frans belevenissenboekje het betiteld: “Altijd buiten eten!”

Ik ben benieuwd of anderen ook dergelijke ommeslag in hun levensstijl maakten, al dan niet door te emigreren naar Frankrijk. Alle tips naar nog gezonder zijn welkom!

 

 

 

Iedereen loopt hier rond in zijn onderbroek

Iedereen loopt hier rond in zijn onderbroek, of toch zijn pyjama. De meesten springen na thuiskomst van hun werk meteen in de meest comfortable plunjes. Dat is toch wel eventjes opkijken voor ons.

Doen we laatst een babbeltje ’s avonds laat met de buren over de draad heen. Wij gekleed in allesbedekkende stoffen. Ik heb net geen boerka aan.

Zij gekleed in de laatste nachtmode of zelfs minder bedekkend. De mannen prefereren enkel een onderbroek. Ik heb er niets op tegen, iedereen mag zich zo comfortabel kleden als kan. De niet bedektheid zorgt voor mij wel voor de hamvraag van vandaag. Hoe doen ze dat met al die muggen?

Onze zeer bedekkende keuze maken wij mede ook omdat het ’s avonds stikt van die muggen. Echte kleine vampiertjes! En je ziet ze pas als het te laat is. Laat je iets onbedekt, zeker aan je benen, reken maar dat je als feestmaal wordt opgediend door die bloedzuigers.

“Of zij dan geen last hebben van muggen”. “Jawel! Zeker 1 beet!”. We kijken vol medeleven, terwijl onze benen helemaal volstaan. Gelukkig bedekken onze lange broeken al die bulten en opengekrabde ontstekingsvulkaantjes. Het blijft een mysterie waarom wij zoveel gebeten worden en zij met hun vier samen 1 beet hebben…

“Welk wondermiddel gebruiken jullie dat jullie zo zonder lange broek en mouwen kunnen rondlopen” vraag ik nieuwsgierig. “Ooo gewoon van die muggenstick of etherische olieën, maar we vinden het even moeilijk om de muggen van ons af te slaan als jullie hoor”.

Verbazingwekkend, ze hebben geen wondermiddel. Dat had ik nu toch echt niet verwacht. Ik had in de brico en consoorten al speciale lampen gezien om muggen en andere gevleugelden te weren. Een soort Kryptonite. Wel redelijk duur geprijsd dus tot zover nog niet aangeschaft. Zo was ik ervan overtuigd geraakt dat onze buren dat wel in huis en tuin moesten hangen hebben gezien ze hun bedmode zonder vrees durfden dragen. Niet dus! Het zal het Franse bloed zijn zeker? Dat zijn ze beu geslurpt. Ons Belgisch bloed zal lekkerder smaken met al die frieten, bier en chocolade…

Hopelijk smaakt dat bloed over een tijdje niet meer zo nieuw en exotisch en kunnen we ons ook in ons nachthemdje/onderbroek in de tuin begeven. Ik hoop het want zo lekker casual in je slaaptenue in de tuin rondstruinen met een look op je gezicht van “whatever” lijkt me zalig.

Tips tegen die vampieren zijn altijd welkom!

 

Ik sta in de gazette van Rustiques!

Ik sta in de gazette van Rustiques! Tijdens de zomermaanden organiseerde de ‘groupe du marche’ avondwandelingen voor iedereen die meewil. Elke dinsdagavond vanaf 20u vertrek aan de Mairie. Het gaf hele mooie uitzichten en vele leuke babbels met de andere wandelaars. Ik heb altijd al gevonden dat terwijl je wandelt je zeer gemakkelijk praat. Het samen naar eenzelfde punt lopen, geeft waarschijnlijk een gemeenschapsgevoel en een soort samenhorigheid waardoor je vanalles begint te vertellen. Ik natuurlijk in beperkt Frans, maar mijn Franse vrienden zijn gelukkig zo vriendelijk dat ze me meteen corrigeren of helpen om woorden te vinden waar ik het bestaan niet van kende.

 

Deze namiddag heb ik mijn eerste operatie hier gepland. Ik ga dus eens de faciliteiten hier uittesten. Een chirurg zal mijn okselabsces behandelen. Het is iets wat steeds terugkomt sinds ik bevallen ben van oogappeltje. Het schijnt dat je daar gevoeliger voor wordt na een zwangerschap door hormoonveranderingen en zo… Het is vooral pijnlijk. Deze namiddag om 14u30 sta ik op de planning voor de ‘Bloc’.

 

De weg ernaartoe was niet zo evident. Vooraleerst kennen we hier natuurlijk nog geen enkele dokter en mijn probleem startte in augustus. Je wilt niet dat je een probleem krijgt in augustus in Frankrijk. Iedereen is dan in congé hier! Het was dus al zeer moeilijk om een huisartsafspraak te strikken. Ze zitten niet verlegen om nieuwe patiënten. Uiteindelijk kon ik bij een dokter terecht. Kreeg ik lekker veel antibiotica voorgeschreven. Bedoel ik ironisch, antibiotica is mij nooit goed bekomen. Maar ja je wilt dat het overgaat. Na een week evaluatie. Terug een week antibiotica en een doorverwijzing naar een chirurg. Gezien ik hier uiteraard nog geen chirurgen ken, vraag ik haar om een naam. Ze heeft mij iets door, maar als ik die opbel blijkt die daar niet meer te werken. Een andere kan mij pas half september ontvangen.

 

Dan maar eens terugbellen naar ‘mijn’ huisarts. Ik krijg een andere naam door. Die bel ik ook op, maar die kan ook niet in het eerste half jaar. Dan maar zelf op zoek want ondertussen is mijn versbakken huisarts mijn stalkende belletjes beu om nog een nieuwe chirurgnaam op te geven. Ik zou de nieuwste marteltechnieken moeten bovenhalen om haar namen te laten noemen.

 

Ik weet niet eens welk soort chirurg ik nodig heb. Niet echt mijn specialiteit. Ik bel dan maar gewoon naar hopital de Carcassonne en zeg welk probleem ik heb en wie mij kan ontvangen daarvoor. Uiteindelijk krijg ik een afspraak maar het is twee weken later en het is slechts een consultatie. Het probleem oplossen zal dan ook nog niet meteen gebeuren.

 

In België kreeg ik meteen een scalpel richting mijn oksel gegooid door de ‘gewone’ huisarts. Die zagen wat slagerwerk meteen zitten. Hier gaat het zeer professioneel en elk doet zijn ding. Snijden is voor chirurgen. Hiervoor wil ik wel wat wachten, maar ik zou toch wat vlugger hulp moeten kunnen krijgen? Straks wordt die pingpongbal onder mijn oksel een tennisbal en moet ik nog extra antibiotica bijnemen en om terug naar mijn huisarts te lopen die mij al niet meer kan horen of ruiken na alle nagelaten boodschappen bij de secretaresse. Daar heb ik helemaal geen zin in.

 

Plots herinner ik mij dat mijn buurvrouw in het Hopital werkt. Ik bel haar op en vraag of zij mij tot de juiste chirurg kan leiden? Ze is supervriendelijk en dezelfde dag nog krijg ik via haar een afspraak voor de week erna. Hoera buurvrouw! Ik ben haar eeuwig dankbaar!

 

Het is toch wel ongelooflijk hoeveel telefoontjes ik heb moeten plegen in mijn sukkelfrans om deze snellere datum te bekomen. En zo kan ik de week erna op afspraak bij de ‘chef du service’ van de chirurgie. Hij is zeer vriendelijk en met een ontsmettend spul zal het wel overgaan. Dat deed het dus duidelijk niet. Ik vind altijd dat dokters doen alsof je probleem zich vanzelf wel zal oplossen ook al bezweer je dat het de vorige keer ook zo liep en dat er toen ook moest worden ingegrepen. Ze kijken het liever nog even aan. Het moest maar weer eens blijken dat ik gelijk had en niet de chirurg.

Ik had daar nog die zelfgeregelde afspraak staan en gezien het terug erger werd besloot ik die afspraak ook te gebruiken gezien het ondertussen de volgende dag ingepland stond nadat het verergerd was. Ik meld me aan en na de balieaanmelding sta ik aan het secretariaat van de chirurg in kwestie.

 

“Aaaah madame Braj, hmmm ik ken die naam van ergens” zegt de secretaresse. Ola, ik ben hier al gekend. Zou dit positief of negatief zijn….“Ahja ik weet het alweer. Bent u de buurvrouw van Marie-Sylvie?”. Ik knik en zeg dat dat klopt en ik mijn eerste afspraak via haar heb bekomen. “Ah zo, wel omdat u toen die afspraak verkregen had, hebben wij die andere terug geannuleerd. Zo gaan we hier niet tewerk hé met onze chirurgen…”zei ze berispend.” Je kan maar met één chirurg afspraken maken”.” Oooh, maar” zeg ik “ ik wist niet dat door die eerste afspraak die tweede afspraak verviel, niemand heeft me dat gezegd…”. “ Ik zal u een nieuwe afspraak geven met de eerste chirurg, je kan niet zomaar twee chirurgen consulteren”. Ja dat zal dan wel. Daar stond ik dan. Ik had me duidelijk in de etiquetteregels der chirurgen vergist. Ik dacht dat zolang ik betaalde voor een consultatie ik er recht op had, maar je dient ook attent te zijn op de gevoelens van de chirurg.

 

Hupla ik mocht de volgende dag terugkeren voor een nieuwe afspraak met chirurg nummer 1.  Ongelooflijk dus hoeveel tijd je kwijt raakt omdat je hier je weg nog niet kent en niet bekend bent met chirurghofmakerij. De volgende dag huppelde ik dus terug naar chirurg numéro 1. Hij zou toch moeten opereren, nee maar. Duimen maar dat die efficient en snel verloopt.

 

Tot mijn verrassing hebben ze mij gisteren zelfs opgebeld van het hopital. “ Madame Braj?” met een hele wegbeschrijving doorheen het ziekenhuis om mij zo naar het juiste operatielokaal te begeven. Zouden ze hier naar iedere patient bellen als die eens binnenmoet? Dat lijkt me toch ook overdreven of denken ze van “oei het is Madame Braj, we zullen de ‘extra begeleiding voor niet ingewijden’ inschakelen.”

 

Terwijl ik dit schreef huppelde er een minikikkertje door onze living. Dat is ook Frankrijk.. Even buitenzetten die handel…

Ook hier wordt de orde gehandhaafd!

Ook hier wordt de orde gehandhaafd! Mijn eerste criminele feit werd onlangs officieel vastgesteld. Ik pleit volkomen schuldig, doch met verzachtende omstandigheden. Het was onopzettelijk. Mijn goede vriend Tinus had zijn reserveautootje aan ons uitgeleend en het stond toch al een weekje bij ons te blinken nu onze eigen auto terug marcheerde. Daarom dacht ik om het autootje eventjes snel terug te brengen.

Ons zoontje gaat niet meer naar de nounou, dat is nog een ander verhaal, en was op mijn watch, dus nam ik hem mee. Ik was reeds enkele keren met hem de 500 meter van ons huis tot aan het kerkpleintje gereden. Hij vind het de max om dan gewoon op de passagiersstoel naast mij te zitten, met gordel, zo verantwoord ben ik wel. Hij zit dan muisstil rond hem te gluren, trots als een koning omdat hij vooraan mag zitten.

Hij is al redelijk groot voor zijn leeftijd en ik rijd amper 20 km per uur. Nu rijd ik dus met andermans auto. Misschien had ik het niet moeten doen, maar ik deed het dus wel. Na 300 meter nemen we de enige bocht voor onze bestemming en dit aan een slaapverwekkende 15 km per uur. Ik rijd zo traag dat ik bijna stilval. Net na de bocht zie ik toch wel een politieauto opdoemen en die wil net inslaan in de wijk links. Als ze mij langzaam zien naderen en we ze langs de rechterkant passeren (ik kan moeilijk stoppen of het wordt helemaal verdacht), blijven ze toch even trager rijden.

Ik passeer hen op mijn slakkentempo en uiteraard zien ze dat blonde kopje naast mij omhoog piepen. Mijn zoontje is zot van auto’s en zeker een politieauto dus om zijn bewondering in de verf te zetten, begint hij uitbundig te zwaaien naar het blauw geschut. Ik doe nog steeds alsof ik hen helemaal niet zie, wat uiteraard niet kan tenzij je echt een blinde mol bent. En stel dat ik een blinde mol was, dan mocht ik zeker niet in die auto rijden. Ik passeer ze tergend langzaam en hoop dat ze me niet in het motje hebben.

Op het enige kruispunt dat ik moet oversteken, moet ik enige tijd wachten en als ik terug wil vertrekken, zie ik de politieauto in mijn achteruitkijkspiegel mijn kant oprijden. Als ik 5 meter verder ben, doen ze teken met hun lichten dat ik aan de kant moet gaan staan. Gedaan met de pret! Vluchten heeft geen zin meer. Ik zet me aan de kant en neem me voor geen excuses te verzinnen en verfrissend schuldig te pleiten. Ik krijg uiteraard een preek.

Terwijl ik uitstap probeer ik niet te laten merken dat mijn gordel helemaal niet ingeklikt zat. Ik maak zoonlief los en stap uit. Ze blijven mij maar uitvragen over wat ik gedaan heb, uiteraard in het Frans, en ik ben bijna overtuigd dat ik zo-eventjes het zwaarste criminele feit heb gepleegd.

“Hoe oud is dat kindje?” “ 2 jaar en vier maand” “Ben jij de moeder?” klinkt het een beetje beschuldigend. “Ja, ik ben de moeder” antwoord ik schuldbewust. “Waarom zit je zoontje niet in een stoeltje?”. “Omdat het maar een klein ritje was, van nog geen 500 meter” antwoord ik terwijl ik hoor dat mijn antwoord uiteraard belachelijk klink, maar ja het is mijn enige verdediging. “De afstand doet er niet toe” antwoordt hij als een volleerd politieagent. “En je hebt ook al helemaal geen papieren bij?” “Nee, het was niet ver dus ik dacht ik ga even zonder. Ze liggen thuis.” Weeral mijn afstandsexcuus dat hier blijkbaar irrelevant is. “ Je moet altijd je papieren bijhebben voor welke afstand ook, ook van de auto”. “Maar de auto is niet van mij, ik probeer hem net terug te brengen nadat ik vorige week in panne was gevallen.” “En van wie is die auto dan?”” Van een vriend.” Is een auto lenen ook al een misdaad? “En waar zijn jouw papieren dan, we hebben je rijbewijs nodig.” “Zo’n vijfhonderd meter verder, in mijn huis.” “Kunnen we die vriend ontmoeten?” “Geen probleem” en zo neem ik ze mee op weg naar het huis van Tinus, zo’n dertig meter verder, maar nobody home! De agenten beginnen zich te ergeren aan mij, vooral de oudere toch. Hij begint het toch al wat op te geven nog zinnige informatie uit mij te krijgen. “Of ik hier woon?” Ja, dat zei ik toch al? Soms heb ik het gevoel dat sommige Fransen je niet willen begrijpen ook al spreek je Frans, ze kijken je aan alsof je Chinees spreekt… “En hoe lang al?” “Al zo’n 3 maand.” Ik probeer nu toch wat de domme migrant te spelen zodat ze wat medelijden zouden beginnen te krijgen.

Ze stellen voor dat ik hen naar mijn huis breng om daar mijn rijbewijs op te vissen. Ze willen mij terug laten starten met het leenautootje en het zoontje erin. “Maar”, zeg ik hen even terechtwijzend, “ik mag mijn zoontje toch niet zo meenemen zonder stoeltje”. “Jawel, het mag eventjes onder politieescorte, zet hem maar op de achterbank.” Bespeur ik een dubbele moraal hier? Nu ja wie ben ik om hiertegen te protesteren? En mijnheer de agent die duidelijk geen kinderen heeft, denk jij dat mijn zoontje zo losjes achteraan plaats zal willen nemen zonder protest? Ik denk het hem toch maar eens te demonstreren, want dit in het Frans uitleggen, zal toch niet lukken. De sirene die uit mijn ventje zijn keel klinkt bij het achteraan zetten, is stukken indrukwekkender dan deze op hun auto. Dit zal niet lukken mijnheer de agent, anders moet ik met mijn zoontje meerijden in jullie busje met het zoontje op de schoot? Hun gezichten vertrekken in pijnlijke grimassen, dat was blijkbaar toch wel eventjes teveel gevraagd! Mijn zoontje blijft wenen en vindt de politieagenten niet meer leuk. Zo werken ze meteen ook eventjes een heel erg jeugdige politieaversie in de hand en een ontluikende kiem tot jeugddelinquentie. De jongere agent probeert het nog goed te maken en af en toe wat te lachen naar hem, maar het mag niet meer baten, mijn zoontje heeft er genoeg van. En ik eigenlijk ook.

En ik zie duidelijk op hun gezichten dat ze hier ook geen zin meer in hebben. Het is al bijna 11u30 en ik zie ze al denken aan hun lunch en de tijd die ze hier verspelen voor de apero begint! Dit duurt al veel te lang! En de tijd dringt. Het gaat tussen een megacriminele vrouw op haar plaats zetten met een huilende peuter op de arm of lekker gaan lunchen. Na korte twijfel en overleg onder elkaar, krijg ik een uitnodiging op kantoor. Of ik eens kan langskomen met mijn rijbewijs. Ze vertrouwen me voor geen haar. De één vraagt mij mijn adres en telefoonnummer en de ander doet daarop net hetzelfde. Ik kan hun wantrouwen ook niet kwalijk nemen. Als ze mijn naam vragen, geef ik eerst die van mijn man. Die is gewoon makkelijker te spellen. En als ze mijn straat vragen, onze straat heeft twee adressen, één voor de gps en één officieel, geef ik de gps straat. Dan twijfel ik en vraag of ze ons echte adres willen. Dit komt allemaal niet zo geruststellend over voor deze wetsdienaars. Natuurlijk moet het allemaal ‘echt’ zijn.

Ik krijg een “Convocation” voor het politiekantoor. Daar moet ik toch echt wel even mijn rijbewijs gaan tonen. Ze vinden mij niet in het Franse systeem. De auto lijkt wel in orde te zijn, klinken ze opgelucht. Ze beginnen zich te haasten en de één heeft een al een meer uitgehongerd gezicht dan de ander. Ik moet toegeven dat ik wat bang was voor een boete, maar ik denk dat de lunch mij heeft gered. Dat blijkt te kloppen want als ik vraag wanneer ik kan langskomen, klinkt het alsof van staatsbelang heel serieus “Vanaf twee uur, na de lunch.”

Als de agenten twee minuten later vertrokken zijn, begin ik aan de wandeling terug naar huis. Niemand krijgt mij nog in een auto met mijn zoontje zonder kinderstoeltje! Dan passeert Tinus in zijn gewaad met enkele toeristen in zijn kielzog. Dit even terzijde, maar hij verzorgt rondleidingen in Rustiques op dinsdag- en vrijdagmorgen over de historiek van het dorp verkleed als hospitaalridder. Uiterst leuk om eens mee te volgen. Een echte aanrader!

Ik bied hem meteen mijn excuses aan en kwebbel erop los dat ik zijn auto heb teruggebracht, maar dat de politie mij achtervolgde toen, en, en…Hij schrikt natuurlijk een beetje, maar onderbreekt mij en stelt mij gerust. Het zal allemaal wel loslopen. Hij heeft natuurlijk ook zijn gevolg te onderhouden, dus laat ik hem maar verder doen. Ik voel mij toch wel schuldig, hopelijk krijgt hij geen boete.

image-2018-06-18

In de namiddag na twee uur uiteraard, begeef ik mij plichtsbewust naar het politiekantoor. Gelukkig is het niet ver. Ik moet wachten aan de inkomplaats waar enkele stoeltjes staan en een politievrouw neemt mijn uitnodigingsbrief aan. Het is eerlijk gezegd maar een smerig kotje dat wachtzaaltje. Ze vraagt mij mijn rijbewijs te geven dat ik gelukkig bijheb. Stel je voor! Ze neemt het voor een kopietje mee naar binnen. Als ze terug is, geeft ze me mijn rijbewijs terug en vraagt glimlachend mijn telefoonnummer. Bij deze agente voel ik mij allerminst crimineel. Volgens mij is er tijdens de lunch al één en ander afgelachen over mijn geval want ze is uitermate vriendelijk en glimlacht de hele tijd. Ze noteert mijn nummer en zegt dat ik kan vertrekken. O, dat gaat vlot? “Komt er een boete van,” vraag ik bezorgd? “Ik denk het niet, maar weet het niet zeker” glimlacht de politieagente. Nou ja dan ga ik er ook niet om smeken! De groetjes! En ik huppel naar buiten.

Als ik ooit nog ergere feiten stel, dan weet ik alvast het plaatselijke politiebureau te vinden. Ze hadden natuurlijk wel gelijk. Ons kleine prinsje moet steeds in zijn autostoeltje zitten, maar als je nagaat hoe het er vroeger aan toeging, zijn de tijden toch wel enorm veranderd. Zeker voor een ritje van 500 meter… Ik ben al benieuwd hoe het er over vijftig jaar aan toe zal gaan. Dan moet je waarschijnlijk je kindje in een harnas steken, een loden helm aandoen en hem in een soort ufo steken en dan vastklikken in je auto.

To videgrenier or not to videgrenier

 

“To videgrenier or not to videgrenier”. William Shakespeare zou het ook gezegd hebben als hij in het Zuiden van Frankrijk zou wonen en het gegeven hem om de haverklap in het gezicht vliegt. Overal om je heen rijzen paaltjes uit de grond met de aankondiging van één of andere videgrenier in de omgeving. Je kan er batjes doen en ik ben fan van batjes. Het zal in de familie zitten. Mijn mama was zot van rommelmarkten en kwam met het meest onnodige terug thuis zoals alleen echte volleerde verzamelaars dat kunnen. Uiteindelijk belandde het dan nog bij mij of mijn zus, al naargelang het slachtoffer dat ze koos. Mijn vader is promotievinder eerste klasse. Had hij iets gekocht en vroeg ik hem nieuwsgierig wat voor nieuw spul op de tafel lag dan hoorde ik steevast ‘ ‘t was in promotie’. Ik denk dat hij anders nooit iets koopt.

 

Toen mijn man voor twee dagen uit fietsen ging, kon ik het aanbod van mijn Vlaamse vrienden Tinus en Veva dan ook niet afslaan. Ze boden mij aan om mij en zoonlief die twee dagen af te leiden met onder andere een verleidelijke videgrenier in Azille. Een naburig dorpje op zo’n twintig minuutjes rijden. Daar ging ik graag op in gezien de microbe in mijn bloed zit! Azille ken ik reeds omdat we er een maand een huisje hebben gehuurd toen we zochten naar een nieuw huis. Daar hadden we beslist dat Azille te veraf lag van alle voorzieningen. Carcassonne was al een uur rijden en daar hadden we beslist geen zin in. Toch zou het leuk zijn om alles na een jaar eens terug te zien.

 

Ik heb als een volleerde afbieder, not!, mijn slag geslaan. Eerlijk gezegd ben ik een slechte afbieder. Ze noemen hun prijs en dan zien ze al op mijn gezicht dat ik er content mee ben. Ik probeer dan nog af te dingen, maar ze geven geen krimp. Ze zien gewoon aan mijn non-verbale communicatie dat ze niets te vrezen hebben. Deze meid zal mijn prijs wel geven, het staat gewoon op haar gezicht geschreven. En gelijk hebben ze!

 

Behalve ooit één keer op een rommelmarktje in Gent. Ik wou toen hoge schoenen kopen om naar een festival te gaan. Zo kon ik tenminste alles op het podium zien. Ik zag van die megahoge betonschoenen staan en bleef bewonderend staan kijken. Totaal weggevend dat ik ze graag wou. Wat zou de prijs zijn. “15 euro mevrouw.” Ik dacht na en besloot dat deze schoenen me toch wel heel belachelijk zouden staan. Deze gedachte vervormde mijn gezicht zodanig dat de verkoper schrok en meteen zei: “10 euro mevrouw”. “Hmmmm” mompelde ik. “Ok dan 5 euro mevrouw en deze sandaaltjes krijgt u erbij”. Deze snelle daling was voor mij zodanig onaantrekkelijk dat ik huiverde en mijn afkeurende blik bedong: “2 euro mevrouw?”. “Neenee”, zei ik bedachtzaam, “ik zal toch moeten verder kijken”. De verkoper kijkt me radeloos aan en zegt: “hier u krijgt ze van mij mevrouw” en hij steekt ze alvast in een plastiek zakje. “Nee” zeg ik “laat maar ik wil ze eigenlijk echt niet.” Moest de marktkramer het toen gekund hebben, hij smeet ze naar mijn hoofd. Hij liep werkelijk achter me aan met die schoenen in een zakje. Duwde ze in mijn handen, maar ik heb ze gewoon terug op de grond gezet. Hij wou er blijkbaar echt vanaf.

 

Eigenlijk kan ik dus wel een beetje onderhandelen, maar vooral met heel wanhopige verkopers, maar je moet de juiste tegenkomen. Ik herinner mij nog goed het batje dat we deden in Marrakech met mijn vader. Overal heb je wel leurders rondlopen maar zeker daar. Mijn papa’s ogen lichtten toch al eens op bij een horloge in de aanbieding. Ik spoor hem aan om te bieden. Het is zogezegd een echte Calvin Klein. Yeah right en ik ben sinterklaas. “40 euro” zegt de verkoper. “No” zeg ik, ik neem de onderhandeling over want papa’s standvastigheid terwijl hij poeslief lacht naar het horloge, valt hier serieus te betwijfelen. We lopen even wat verder zodat ik onze tactiek met hem kan bespreken en ik vraag hem afkeurend te kijken en niet toe te geven anders zal het niet lukken. We wachten er vlakbij eigenlijk op een bus. Nog twee minuutjes en hij is er. De verkoper loopt terug op ons af: “35 euros”. “No no we don’t want a watch. We give 5 euros.” Kwaad loopt de verkoper weg.

We zien onze bus in de verte opdoemen en stellen ons op in de rij om op te stappen. Al aanschuivend worden we terug belaagd door de verkoper. Hij ziet zijn tijdsnood onze richting uitrijden. We zijn bijna ribbedebie. Ik zeg: “8 euros”. De verkoper loopt terug gefrustreerd weg, maar roept dan al teruglopend maar allerminst content: “Deal!” Dan zie ik mijn portefeuille openend dat we enkel nog maar een briefje van vijf hebben. “I only have five…” De verkoper is terug furieus en loopt als een zot terug weg. Ik behoud mijn pokerface en kijk onaangedaan mijn schouders ophalend. We stappen onbewogen de bus op. En ja hoor net voor de busdeur sluit, schiet hij als een gazelle terug naar me terug. “Fine!”, sist hij en steekt het horloge omhoog. Gelijktijdig verruilen we het briefje en horloge net voor de busdeuren sluiten. Nou dat was lekker afbieden onder tijdsdruk! Mijn vader staart me ongelovig aan en ik ben fier als een gieter. Zo dat is dan 35 euro uitgespaard, zeg ik gekscherend. Twee maand later was het horloge trouwens al kapot. Zonder garantie, wat wil je.

 

In Azille genoot ik er ook van dat een videgrenier niet enkel rond de koopjes draait, maar ook om het sociale gebeuren. Mijn vrienden hadden afgesproken met nog andere bevriende koppels. Het ene na het andere sympathieke koppel kwamen we er tegen. Zeer gezellig om zo wat te kuieren op een marktje en te kwebbelen over vanalles en nog wat. Een heel aangename kennismaking, die we na alle aankopen bekroonden met een drankje in het plaatselijk stampvolle stamcafé.

 

En zo kwam ik in gesprek met de enige andere Westvlaming toen hij mijn accent opving. En ja hoor! Ons kent ons! Na een korte babbel kwam snel uit dat de grootvader van mijn man en zijn vader beste vrienden waren geweest. Wat is de wereld toch klein werd tot duizend maal uitgeroepen. Tot hilariteit van de andere Vlamingen die beweren dat enkel West-Vlamingen altijd wel iemand gemeenschappelijk kennen als ze elkaar tegenkomen in het buitenland. Hij wilde graag weten hoe het met iedereen ging. Ik wilde alle nonkels en tante van mijn man eens snel opsommen, maar ik stokte na naam nummer drie. Ik kan die namen maar niet onthouden. Was het nu Bart of Karel of Guido, ik wist het helemaal niet meer. Shame on me! Tot mijn verbazing kon hij het beter dan ik. Wat alweer op de lachspieren van het gezelschap werkte. Kortom de ambiance zat er in.

 

Mijn zoontje was natuurlijk ook van de partij en distantieerde zich liever even van zijn moeder. Hij had plaatsgenomen tussen voor hem twee ongekende Vlaamse heren in. Meneertje wou liever wat socializen met de mannen en had ook enorme interesse in de gsm van één van hen. Tot de heer Jos van ons gezelschap plots verbaasd uitriep: “hé hij heeft mijn gsm gekraakt!” Ja zoonlief is een technieker in wording. Ook al was zijn pincode gewoon 0000. Aan iedereen met zo’n gemakkelijke code: Alsjeblieft, verander dat eens in een iets moelijker vingercoördinatiecombinatie, anders weet onze tweejarige er alvast weg mee.

Na de videgrenier werd ik verder in de watten gelegd door Tinus en Veva met een aperitiefje en een heerlijke spaghetti. De aperitief was een heerlijke en zoetere variant van Porto genaamd Cartagene. 20180610_133125

 

Ondertussen was het keihard beginnen regenen dus deed een warme maaltijd extra deugd. Viel het mij plots te binnen dat mijn man aan het fietsen was in die stortbui! Hij had nog twee uur te gaan! Net na de koffie gaat Tinus zijn telefoon. Het is mijn man. Ze hadden veel sneller gereden en hij stond in de regen aan de deur. Wegens geen sleutel kon hij niet binnen. Drijfnat en uitgeput. Deze sleutelkwestie had ik even over het hoofd gezien. Snel neem ik afscheid en red mijn man uit zijn penibele situatie. Hij heeft er maar eventjes 310 km opzitten en werd vereeuwigd in de krant van Rustiques. Eeuwige roem zal de zijne zijn!